Diploma-eisen Age 2

Twee figuren zijn verplicht, de Ariana en de Barracuda spin down 360. De overige twee figuren worden op donderdag voor de wedstrijd geloot.

Op Youtube staan de figuren van de diploma's ook: Figuren Age 2

Voor het Age 2-diploma moeten er 45.000 punten behaald worden voor vier van onderstaande figuren.

Voor de Synchro Beat, Nederlandse Kampioenschappen, zijn de limieten in het seizoen 2014-2015:
- geboren in 2002 en 2003: 47.000 punten
- geboren in 2000 en 2001: 49.000 punten


VERPLICHT:

1. Ariana (moeilijkheidsfactor: 2.2)
Een overslag achterover wordt uitgevoerd tot spagaathouding. In deze houding met de heupen zoveel mogelijk aan de waterspiegel roteren de heupen 180. Eindigen met overslag voorover.

2. Barracuda spin down 360 (moeilijkheidsfactor: 2.2)
Vanuit een gestrekte ligging op de rug worden de benen omhoog gebracht tot verticaal terwijl het lichaam onder water gaat naar een gehoekte houding achterover met de tenen net onder de waterspiegel. Een thrust wordt uitgevoerd tot verticale houding. De 360 schroef wordt uitgevoerd in hetzelfde tempo als de thrust om het figuur te beindigen.


GROEP 1

3. Reiger (moeilijkheidsfactor: 2.1)
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gedeeltelijke salto voorover gehoekt uitgevoerd tot dubbel balletbeenhouding onder water. En been gaat naar een gebogen kniehouding met het onderbeen parallel aan de waterspiegel en het verticale been midden tussen knie en tenen, terwijl de romp zich naar dit been beweegt. Een thrust wordt uitgevoerd tot verticaal gebogen kniehouding waarbij de voet van het gebogen been gelijktijdig met het omhoog gaan zich naar de binnenzijde van het verticale been beweegt. Eindigen met verticaal ondergaan in gebogen kniehouding in hetzelfde tempo als de thrust.
4. Catalina (moeilijkheidsfactor: 2.3)
Een balletbeen wordt aangenomen. Een catalina draai wordt uitgevoerd tot kraanhouding. Het horizontale been wordt aangesloten tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan.


GROEP 2

3. Bruinvis spin up 180 (moeilijkheidsfactor: 2.2)
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. De benen worden omhoog gebracht tot verticale houding. Verticaal ondergaan totdat de hielen de waterspiegel bereiken. Het figuur eindigen met een opwaartse schroef met een rotatie van 180 en verticaal ondergaan.

4. Flamingo gebogen knie (moeilijkheidsfactor: 2.4)
Een flamingo wordt uitgevoerd tot flamingohouding aan de waterspiegel. Met het balletbeen in de verticale stand worden de heupen omhoog gebracht, terwijl de romp afrolt, wordt tegelijkertijd het gebogen been verder ingetrokken tot verticaal gebogen knie houding. Het gebogen been wordt aangesloten tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan.


GROEP 3

3. Albatros halve draai (moeilijkheidsfactor: 2.6)
Een dolfijn wordt ingezet totdat de heupen bijna ondergaan. De heupen, benen en voeten gaan in een doorgaande beweging langs de waterspiegel terwijl het lichaam naar het gezicht rolt om een gehoekte houding voorover aan te nemen. De benen gaan gelijktijdig omhoog naar verticaal gebogen kniehouding. Een halve draai wordt uitgevoerd. Een volgende halve draai wordt uitgevoerd, terwijl het gebogen been wordt gestrekt aan het verticale been. Eindigen met verticaal ondergaan.

4. Zijzwaluwstaart spagaat (moeilijkheidsfactor: 2.0)
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. En been wordt omhoog gebracht terwijl het lichaam 90 om een horizontale as draait tot zijwaluwstaarthouding. In een doorgaande beweging en dezelfde richting wordt nog een 90 rotatie uitgevoerd, terwijl het verticale been naar de waterspiegel gaat tot spagaathouding. De benen gaan omhoog tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan.


Terug naar 'diploma-eisen synchroonzwemmen'