Diploma-eisen Age 1

Twee figuren zijn verplicht, de Balletbeen en de Barracuda. De overige twee figuren worden op donderdag voor de wedstrijd geloot.

Op Youtube staan de figuren van de diploma's ook: Figuren Age 1

Voor het Age 1-diploma moeten er 44.000 punten behaald worden voor vier van onderstaande figuren.

Voor de Synchro Beat, Nederlandse Kampioenschappen, is de limiet 44.000 punten, voor meisjes tot en met 12 jaar (2003 en jonger in het seizoen 2014-2015).


VERPLICHT:

1. Balletbeen (moeilijkheidsfactor: 1.6)
Een balletbeen wordt aangenomen. Van balletbeen naar gestrekte ligging op de rug.

2. Barracuda (moeilijkheidsfactor: 2.0)
Vanuit een gestrekte ligging op de rug worden de benen omhoog gebracht tot verticaal terwijl het lichaam onder water gaat naar een gehoekte houding achterover met de tenen net onder de waterspiegel. Een thrust wordt uitgevoerd tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan in hetzelfde tempo als de thrust.


GROEP 1

3. Oceanita (moeilijkheidsfactor: 1.9)
Vanuit de gestrekte ligging op de rug wordt een dolfijn wordt ingezet totdat de heupen bijna ondergaan. De heupen, benen en voeten gaan door langs de waterspiegel terwijl de rug verder wordt hol getrokken en n been gebogen tot oppervlakteboog gebogen kniehouding (Nova (435)). De benen worden gelijktijdig omhoog gebracht tot verticale houding, waarbij de teen van het gebogen been langs de binnenzijde van het verticale been beweegt. Eindigen met verticaal ondergaan.

4. Oppervlakte garnaal (moeilijkheidsfactor: 1.4)
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. En voet beweegt in een horizontale boog van 180 aan de waterspiegel naar spagaathouding. De benen worden aangesloten tot een verticale houding op enkelhoogte. Eindigen met verticaal ondergaan.


GROEP 2

3. Kiep (moeilijkheidsfactor: 1.8)
Vanuit een gestrekte ligging op de rug wordt een gedeeltelijke salto achterover gehurkt uitgevoerd, totdat de onderbenen loodrecht op de waterspiegel staan. De romp wordt afgerold, terwijl de benen worden gestrekt, tot verticale houding midden tussen de voormalige verticale lijn door de heupen en die door het hoofd en onderbenen. Eindigen met verticaal ondergaan.

4. Overslag voorover (moeilijkheidsfactor: 2.1)
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. En been gaat in een boog van 180 over de waterspiegel tot spagaathouding. Eindigen met overslag voorover.


GROEP 3

3. Toren (moeilijkheidsfactor: 1.9)
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. En been wordt omhoog gebracht naar zwaluwstaarthouding. Het horizontale been wordt omhoog gebracht naar verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan.

4. Zwaardvis overslag (moeilijkheidsfactor: 2.0)
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt de rug hol getrokken, terwijl een been een boog van 180 over het water beschrijft tot spagaathouding. Eindigen met overslag voorover.


Terug naar 'diploma-eisen synchroonzwemmen'